Met Rudi naar een feestje

De ‘Martinitoren’ van Uithuizermeeden.

Het was een vreemde reis. Rudi van den Hoofdakker kon, evenals ik, niet autorijden. Daarvoor charterde hij altijd anderen. Zo propten wij ons ergens in de jaren ’70 met zijn vrouw Ineke en nog iemand anders ’s avonds in een veel te kleine auto en lieten ons van de stad Groningen over het platteland naar Pieterburen vervoeren. Tot mijn stomme verbazing doemde op een gegeven moment een toren op waarvan ik, nog niet zo lang in Groningen woonachtig, zeker wist dat het de Martinitoren moest zijn. Reden we wel goed? Hadden we een cirkelbeweging gemaakt en keerden we in onze vertrouwde stad terug? Het draaierige gevoel dat deze waarneming teweeg bracht, verdween toen duidelijk werd dat het om een imitatie-Martinitoren ging. Het bleek achteraf de 18de-eeuwse Meister Toren van Uithuizermeeden te zijn die, nu met frivole blauwe dakjes is uitgerust.

Maar helemaal snappen deed ik het ook later niet, want Pieterburen, het doel van onze reis, ligt een heel andere kant op. Of misschien was die Meister Toren wel zo lang dat je hem overal op het platteland van Groningen boven de horizon zag uitsteken.

Hoe dan ook, we waren gasten van een zekere Maitre Henri, de kapper Henri Jansonius die op een van de singels in Groningen zijn nering dreef. Maitre Henri was net zo’n bekende Groninger als straatzanger Jan de Roos en cultuurmysticus Plopatou.

Bij aankomst in zijn voor deze avond druk bevolkte boerderij, bleek er een echt strijkkwartet op te treden die Mozartkwartetten ten beste gaf. Die Maitre Henri was dus niet van de koude grond. Geld genoeg, dacht ik, als ik zo keek naar de ontelbare flessen wijn die gedurende de avond en de nacht werden ontkurkt.

Terwijl Rudi met deze en gene een gesprek voerde en Ineke glimlachend terzijde zat, werd ik omringd door enkele veel oudere dames die zeer nieuwsgierig waren naar mijn status naast de beroemde Rudi alias de grote dichter Rutger Kopland, alias de beroemde psychiater. Ik droeg toen lang haar en een baard en zag er, afgaande op foto’s uit die tijd, bepaald indrukwekkend uit. Of ik ook, net als Rudi, door mensen heen kon kijken, vroegen de dames hoopvol en danig onder invloed. Verwachtingsvol keken ze mij aan en streelden de bontjas die ik aan had.

Het werd later en later en de gesprekken werden verwarder en leger, maar dat kon ook aan mijn afnemende vermogen liggen om het een en ander te volgen. Eigenlijk wilde ik wel naar huis, maar toen bleek Rudi er op te staan dat we nog eens een keer wat te eten kregen. Hoe dat zat, vroeg hij aan Maitre Henri, een enigszins wonderlijke, wereldvreemd aandoende man met lang haar die overigens uitstekend piano bleek te spelen. Maitre Henri liet weten dat hij een grote pan met soep op het fornuis zou zetten, als het aantal gasten wat was uitgedund. Hoe laat het was… vijf uur? We moesten echt tot zes uur wachten, hij had geen zin iedereen te voeden. Het klonk wat benepen en krenterig, maar Rudi wond zich er, tot mijn verbazing en gêne ernstig over op. Dat het geen manier van doen was. Hij voelde zich bijna beledigd en bleef roepen dat dit geen pas gaf. Er kwam inderdaad maar geen eind aan de tijd die onze hongerige magen moesten zien te overleven. Het ging er om wie het meeste geduld had, de gasten of de gastheer. De gastheer won.

De soep kwam, een nogal vet uitgevallen boerengroentesoep, maar Rudi kalmeerde gelukkig. Na dit met stokbrood aangevulde ontbijt hesen wij ons met enige moeite weer in het autootje. Bij het ochtendlicht leek de toren van Uithuizermeeden ineens een stuk kleiner en onbeduidender.

 

Over Eric Bos

Eric Bos Eric Bos (Den Haag - 1942) is beeldend kunstenaar,schrijver, docent en journalist. Schrijft essays, romans en non-fictie. Woont in Groningen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *