Museumwanden als plakzuilen

natural beauty

Een nieuwe kapitein, een andere koers. In het Groninger Museum wordt dat langzamerhand op alle fronten duidelijk. Een ander tentoonstellingsbeleid, grote borden met heel veel tekst om uit te leggen wat het publiek te zien krijgt en waarom, openingen door landelijke bekendheden die we tot vervelens toe op de buis zagen en zien. De reputatie van het Groninger Museum, van eigenzinnigheid, confrontatie en een soort exposities die je nergens anders ziet, begint te verdampen.

Het Groninger Museum besteedt nog evenveel zorg, misschien zelfs meer, aan exposities die vooral op een breed publiek gericht zijn. Minder trendy, minder tijdelijk van aard, minder gericht op het jonge, excentrieke volkje. Een breder publiek dan voorheen kan er zich thuis voelen, precies wat de overheden in het Noorden graag wilden, tandenknarsend over het onnavolgbare beleid van afgelopen decennia. Kunst is goed voor de plaatselijke economie, maar het moet per slot van rekening niet te gek worden.

Het is een kwestie van schikken en wennen. Dingen veranderen nu eenmaal, alles heeft z’n voors en tegens. Mooi is het tenslotte dat zo’n overwegend prachtige collectie als van ‘Natural Beauty’ in zulke mooie zalen van zo’n bijzonder gebouw getoond wordt. Zo zie je nog eens wat. Hoogstens zou je dit type tentoonstelling in het Ploegpaviljoen verwachten, maar zoals gezegd, alles verandert en dat is maar goed ook. Hoewel… de enorme wandbeplakkingen met details van enkele getoonde kunstwerken doet vermoeden dat er een groot misverstand over het museum is neergedaald. Kennelijk is men in het Groninger Museum alweer vergeten dat het gebouw zelf nadrukkelijk als kunstwerk is bedoeld, dat het is ontworpen in wisselwerking met de inhoud, de kleuren van de wanden. Het is niet bedoeld al plakzuil.

Ooit was men in Groningen hevig bevreesd dat voormalig directeur Frans Haks er een kermis van zou maken. Kunst als kermis, je moet er toch niet aan denken. Dat is echter nooit gebeurd. Het vreemde is juist dat, terwijl iedereen tevreden achterover leunt nu Haks en opvolger Kees van Twist het veld hebben geruimd (‘We hoeven met Andreas Blühm niet meer bang te zijn voor bokkensprongen en geldverslindende gekkigheden’) de zalen van het Mendinipaviljoen er juist nu uitzien als een soort kermis, als het soort tentoonsstellingen dat je in andere musea kunt verwachten, ook en vooral qua aankleding. Mooi, prachtig, heel aantrekkelijk en publieksvriendelijk, maar niet in dit gebouw. Niet in een gebouw dat op zichzelf een kunstwerk is. We gaan kunst toch niet beplakken of bekladden met iets wat er niet op thuishoor? Het is als graffiti spuiten op de muren van een architectonisch hoogtepunt.

Tot voor kort was het Groninger Museum een gebouw met een internationale allure, zoals het bedoeld was. Als een gebouw dat duidelijk maakte dat de grenzen tussen architectuur, design en kunst waren opgeheven. Geen willekeurige container voor kunst en plakplaatjes. De speciale ruimtelijkheid en het bijzondere gevoel in een heel bijzonder gebouw rond te lopen zijn opgeofferd aan een vorm van tuttigheid die bijvoorbeeld in het Singer Museum niet zou misstaan, maar in het Groninger Museum een aanfluiting genoemd kan worden.
Maar het zal wel een misverstand zijn.

Over Eric Bos

Eric Bos Eric Bos (Den Haag - 1942) is beeldend kunstenaar,schrijver, docent en journalist. Schrijft essays, romans en non-fictie. Woont in Groningen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *